Historisch overzicht van het Pausdom Deel 1

  • Home
  •  / 
  • Artikels
  •  / 
  • Historisch overzicht van het Pausdom Deel 1

De vroege kerk te Rome

De kerk te Rome was in het begin een gemeenschap van broeders en zusters, geleid door enkelen van de broeders. De vier Evangeliën en de brieven van de apostelen regelden de grote vragen van de geloofsleer. Een pompeuze titel en positie van één man die heerst over de anderen bestond niet, omdat zoiets door de Schrift wordt verboden. De levens van de gelovigen en de onderwezen doctrine waren in overeenstemming met de woorden van de Heer: “Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders”. [1]

De Schrift echter waarschuwde ervoor dat in het midden van de broederschap een macht zou opstaan die zou pogen het Evangelie te verwoesten en ook de eenvoudige broederschap van gelovigen. Dit werd nooit zo letterlijk vervuld dan in de opkomst van het pausdom, vanuit de kerk die gesticht was in Rome.

De geleidelijke opkomst van het pauselijke Rome

Het respect waarin vele christelijke ouderlingen [2] in de tweede eeuw zich verheugden was ongeveer evenredig met de belangrijkheid van de stad waarin zij resideerden. In die tijd was Rome de grootste, rijkste en machtigste stad van de wereld, de koningin van het keizerlijke Romeinse Rijk. Indien Rome de koningin van de steden was, waarom zou ze dan niet een bisschop hebben die de koning is van de bisschoppen? Dus, zelfs toen het heidense Rome viel door de barbaarse naties, bleef veel van de politieke achting bestaan die ze over de naties had verworven. De barbaarse overrompeling van het westelijke Romeinse Rijk werd gevolgd door een geleidelijke opkomst van het pauselijke Rome. Geleidelijk gingen de bisschoppen uit verschillende delen van het rijk, die zichzelf belangrijker vonden dan de gewone ouderlingen, de bisschoppen van Rome de eer geven die overeenkomt met wat de wereld aan een prins geeft. Op hun beurt gingen de bisschoppen van Rome in de derde/vierde eeuw onderwerping eisen. In die eeuwen werd ook het Evangelie verwaterd en kwam er in plaats daarvan een groei van ritualisme in de kerken. In deze kerken werd de ware aanbidding van God en de innerlijke overtuiging van de Heilige Geest vervangen door ceremonie en afgoderij. Heidense praktijken namen een uiterlijke schijn van christendom aan. De clerus/leken opdeling van Gods volk werd gemeengoed. Dit evolueerde verder in een hiërarchie van heersende clerus. Tegen het eind van de vijfde eeuw waren de vroegere bedienaars van het Evangelie, die de Schrift leerden, vervangen door een offerende priesterklasse, die verondersteld werd te bemiddelen tussen God en de mensen. De kerk was niet meer de gemeenschap van gelovigen onder Jezus Christus, maar een instituut dat gedomineerd werd door een hiërarchie, met als machtigste enkeling de bisschop van Rome. [2]

De bisschop van Rome wordt paus

De macht van de bisschop van Rome nam toe toen de keizerlijke macht afnam. Bevelschriften van keizer Theodosius II en van Valentianus III kondigden de Roomse bisschop af als “Rector van de hele Kerk”. Keizer Justinianus I, die in Constantinopel leefde in de 6de eeuw, vaardigde een gelijkaardig decreet uit. Deze proclamaties creëerden niet het ambt van de paus, maar vanaf de 6de eeuw was er zo’n toename in de macht en prestige dat vanaf die tijd de titel van “paus” begon overeen te komen met iemand die bisschop van Rome was.[3]

Frauduleuze documenten hielpen het pausdom opkomen

Het was niet eerder dan in het midden van de 8ste eeuw dat er ernstige geschillen kwamen over de transfer van macht en gezag van keizer Constantijn[4] aan de bisschop van Rome. Van de “Donatie van Constantijn” werd beweerd dat dit het wettige document was waarbij keizer Constantijn aan Sylvester, de bisschop van Rome (314-335), veel van zijn eigendommen schonk, en hem met grote geestelijke macht en gezag bekleedde. De grootte en pracht van die zogezegde erfenis van Constantijn aan Sylvester wordt gezien in volgend citaat uit dat valse document:

“Wij schrijven aan de zetel van Petrus alle waardigheid toe, alle heerlijkheid, alle gezag van de keizerlijke macht. Wij geven bovendien aan Sylvester en aan zijn opvolgers ons paleis van de Lateranen, dat ontegensprekelijk het fijnste paleis is op aarde; wij geven hem onze kroon, onze mijter, ons diadeem, en al onze keizerlijke gewaden; wij maken hem de keizerlijke waardigheid over. Wij schenken de heilige Pontifex in vrije schenking de stad Rome, en alle westerse steden van Italië.

Om voorrang te geven aan hem, ontdoen wij ons van ons gezag over al die provincies, en wij trekken ons terug uit Rome en brengen de zetel van ons keizerrijk over naar Byzantium; aangezien het niet gepast is dat een aards keizer minder gezag zou behouden waar God het hoofd van zijn religie heeft gevestigd”.[4]

De “Donatie van Constantijn” werd kort voor 754 n.C. verzonnen. Wylie zegt:

“Hierin laat men Constantijn het Latijn uit de achtste eeuw spreken, en zich richten tot bisschop Sylvester als ‘Vorst van de apostelen, Plaatsvervanger van Christus’. Gedurende meer dan 600 jaar citeerde Rome op indrukwekkende manier deze akte van schenking, plaatste het in haar codes, stond niemand toe de echtheid ervan in vraag te stellen, en verbrandde hen die haar niet geloofden. Pas in de 16de eeuw ontdekte men het bedrog. In de volgende eeuw werd er een ander document van hetzelfde buitengewone karakter aan de wereld gegeven. We refereren naar de Decreten van Isidorus. Deze werden uitgedokterd in het jaar 845. Ze zouden zogezegd een collectie van brieven, edicten en bullen zijn van vroege herders van de Kerk van Rome. De schrijver doet alsof hij in de eerste eeuw leeft, schildert de Kerk van Rome in de grootsheid die ze pas in de 9de bereikte, en deed de herders van de eerste eeuw spreken in de pompeuze bewoordingen van de pausen van de Middeleeuwen. Overvloedig zijnd in absurditeiten, contradicties en anachronismen, verschaft het een maat van het begrip van de eeuw die de decreten accepteerde als authentiek. Het werd het fundament van de canonwet, en blijft dat doen, alhoewel er tegenwoordig geen paapse schrijver meer is die niet erkent dat het een stuk bedrog is”.[5]

Al in 865 onttrok paus Nicolaas I uit deze verzinsels een manier om onderwerping te vragen van bisschoppen en vorsten. De arrogantie van de pausen nam vanaf die tijd sterk toe. De pausen raakten geïntoxiceerd door hun eigen hoogmoed. Sommigen waren erg jong en verloren hun zinnen in dronken immoraliteiten.[6] De schandelijke vrouwen van de geschiedenis, Theodora en Marozia, hebben vele jaren de pauselijke troon bestuurd. Deze onheilige stoel, die pretendeerde hoger te staan dan de majesteit van koningen en bisschoppen, was neergezonken in het slijk van de zonde. Theodora en Marozia zetten zij die gezeten waren op hun vermeende stoel van Petrus, aan en af, naar believen. Twee eeuwen lang was het pausdom een wilde arena van wanordelijkheden, en de machtigste families van Italië redetwistten en vochten ervoor om het in bezit te krijgen.

Lusten van de geest

Het jaar 1073 was een keerpunt na de eeuwen van grove immoraliteit. Een strenge discipline vervulde het pausdom. Erger dan de lusten van het vlees begonnen de lusten van de pauselijke geest nu naar de dingen van God te grijpen. Paus Gregorius VII, ook bekend als Hildebrand, was ambitieuzer dan zijn voorgangers en mat zich het idee aan dat het bestuur van de paus slechts een andere benaming was voor het bestuur van God. Hij besloot nooit te rusten tot hij alle gezag en macht, zowel geestelijk als wereldlijk, naar de “stoel van Petrus” zou gehaald hebben. Hildebrands opvolgers zetten zijn project verder, en zij streefden ernaar door middel van bedriegerijen, wapens, kruistochten en banvloeken de wereld onder de scepter van de pauselijke troon te brengen. Gedurende twee eeuwen na Hildebrands bestuur nam de macht en heerlijkheid van de pausen toe en werd het bestendigd door middel van bloedvergieten, afzetting van koningen en prinsen, plundering van steden en de vernietiging van duizenden levens.

De pausen Innocentius III (1198-1216) en Bonifatius VIII (1294-1303) zetten de kroon op de pauselijke triomf van geestelijke en wereldlijke macht. Vijfenzeventig pausen, de een na de ander, van paus Innocentius III tot paus Pius VII (1800-1823), stemden in met foltering, moord, brandstapels, confiscatie van bezittingen, in de afschuwelijke eeuwen van de inquisitie. [7] Velen van deze geslagenen waren ware bijbelgelovigen.

“De afgrijselijkste gruwelijkheid was het systeem van de foltering. De verslagen van deze koudbloedige operaties doen een mens huiveren voor de capaciteit van de menselijke wreedheid. En het was verordend en gereguleerd door de pausen, zij die beweren Christus te vertegenwoordigen op aarde. In 1252 heeft paus Innocentius IV dit plechtig gemachtigd. Bevestigende of regelende decreten werden hiervoor uitgevaardigd door Alexander IV, Clemens IV en Clemens V”.[8]

Het pausdom is “dronken geworden van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van

Jezus”. [9] Geen enkel koninkrijk of macht was ooit zo dronken van dit bloed als het pauselijke Rome. Dit is “de hoorn die krijg voerde tegen de heiligen, en dat hij die overmocht”. [10] “En het werd macht gegeven, om de heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en het werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk”. [11]

Het pausdom in moderne tijden

Een gedeeltelijke lijst van Rooms-katholieke dictators in de 20ste eeuw waarbij de pausen bijval oogstten zijn: Adolf Hitler in Duitsland (1933-1945); Benito Mussolini in Italië (1922-1943); Francisco Franco in Spanje (1936-1975); Antonio Salazar in Portugal (1932-1968); Juan Peron in

Argentinië (1946-1955); Ante Pavelic in Kroatië (1941-1945); en Engelbert Dollfuss en Kurt von Schuschnigg in Oostenrijk (1932-1934). [12] Het wettelijke akkoord van het Vaticaan met deze naties is welbekend. Weinigen echter zien het nazisme van Duitsland en het fascisme van Italië, Spanje, Portugal, Kroatië en Latijns-Amerika als consequenties van de pauselijke economische en sociale leringen, en de wettelijke akkoorden tussen het Vaticaan en deze naties.[12] De kruistochten en de 605 jaren van inquisitie zijn gestopt, maar de invloed en controle van het pausdom op regeringen, en op het sociale, economische, politieke leven, en het lot van de mensen, is blijven bestaan.

Macht door wet

In 1798 vond er iets plaats wat leek op een dodelijke slag, toegebracht aan de pauselijke macht [13]. Een generaal van Napoleons leger kwam het Vaticaan binnen, verwijderde paus Pius VI van zijn troon, en zo kwam het dat het pausdom zijn basis verloor van civiele macht. Paus Pius IX , die geen territoriale of civiele macht had, trachtte het pausdom opnieuw machtig te maken. Een belangrijk deel van zijn ontwerp bracht de verklaring van pauselijke onfeilbaarheid voort. Met een opmerkelijk vernuft, niettegenstaande de Schriftuurlijke absurditeit van dit concept maar ook alle historische feiten van ketterse pausen, werd dit tot doctrine gemaakt van het Eerste Vaticaans Concilie in 1870. Verder zette het pausdom zichzelf opnieuw in door het herorganiseren van de Roomskatholieke wet in het “Wetboek van Canoniek Recht”.[14] De schijnbare dodelijke klap van 1798 werd genezen in 1929 toen onder Mussolini het Vaticaan opnieuw werd erkend als civiele macht. Het concordaat met Mussolini was slechts het begin van vele civiele concordaten, met als meest bekende dat tussen paus Pius XII en Adolf Hitler.[15] Het pausdom had zijn macht opnieuw geconsolideerd, intern door het Wetboek van Canoniek Recht, en extern door de legale concordaten met verscheidene naties. Dus het Vaticaan, met zijn eigen burgers als deel uitmakend van soevereine naties over de hele wereld, en met haar civiele overeenkomsten met diezelfde naties, had de macht aan twee touwen zitten. De individuele katholiek, vrezend voor zijn behoud en belast met zijn gebondenheid aan de “Heilige Moeder de Kerk”, is een plooibare pion in handen van het pausdom.[16]

De belangrijkste zichtbare richtingsverandering kwam er door het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Dat concilie bewoog zich van afscheiding van andere religies naar valse oecumene, niet enkel met de religies van de wereld maar ook met bijbelgelovigen in het bijzonder. “Afgescheiden broeders” werd de nieuwe term voor dezen die altijd als ketters waren beschouwd, terwijl de heidense religies van de Islam, Boeddhisme en Hindoeïsme nu als “aanvaarde wegen tot God” werden geaccepteerd.[17] Deze nieuwe benadering werd door de RKK opgezet om de wereld voor haarzelf te winnen, door middel van dialoog, en met de regels en objectieven die ze zorgvuldig uitwerkte in haar “Postconciliair Document nr. 42” over oecumene. Dat document zegt dat “dialoog geen einddoel is op zichzelf … het is niet louter een academische discussie”[18] maar “de oecumenische dialoog dient voor het veranderen van denkwijze, het gedrag en het dagelijkse leven van deze [niet-katholieke] gemeenschappen. Op deze manier streeft het naar het voorbereiden van de weg voor hun eenheid van geloof in de boezem van een zichtbare Kerk die één is”. [19]

De officiële positie van de paus is dat “oecumenische ontmoeting niet louter een individueel werk is maar ook een taak van de [Rooms-katholieke] Kerk, die voorrang heeft op alle individuele opinies”.[20] Het pausdom verwacht dat dit proces van dialoog tijd vergt. De Rooms-katholieke stelling om alle christelijke kerken onder haar gezag te brengen is duidelijk haar doel. Ze zegt:

“Beetje bij beetje, naargelang de obstakels naar volmaakte kerkelijke gemeenschap overwonnen worden, zullen alle christenen verzameld zijn in een gemeenschappelijke viering van de Eucharistie [de mis], in de eenheid van de ene en enige Kerk … Deze eenheid, zo geloven wij, woont in de Katholieke Kerk als iets wat wij nooit kunnen verliezen”.[21]

Paus Johannes Paulus II, waarvan men aanvankelijk dacht dat hij liberaal en modern was, consolideerde verder de dictatoriale macht die hem verschaft wordt door het Wetboek van Canoniek Recht van 1917 en door zijn verder ondersteunde onfeilbaarheid die hem nagelaten werd door Vaticanum I. Dit deed hij door het Wetboek van Canoniek Recht van 1917 te herzien, waarbij hij het nog conservatiever maakte dan het geweest is, en het werd zorgvuldig aangewend om nieuwe bisschoppen in de lijn de brengen van zijn centralistische wijze van denken.

Zoals een andere Hildebrand is de huidige paus vast besloten om zowel de kerkelijke als de civiele wet op te bouwen, de structuur waardoor het pausdom ten gepaste tijde opnieuw zijn macht zal gebruiken over de naties.[22] Deze zelfde paus Johannes Paulus II is onvermurwbaar geweest in zijn inspanningen om de wetten van de RKK te vernieuwen. Sinds de dagen van Hildebrand hebben de pausen de noodzaak gezien om ijzeren en onbuigzame kerkwetten te maken vooraleer te pogen hun subjecten te overheersen, door dwang en geweld als dat nodig is. In 1983 voegde Johannes Paulus II het volgende toe aan het Wetboek: “De Kerk heeft een natuurlijk en eigenlijk recht om de ergernis gevende leden van de christelijke gelovigen te dwingen door middel van straffelijke sancties”18.[23] Onderzoek van deze wetten geeft aan dat ze nog meer absoluut en totalitair zijn dan die uit het verleden. Indien iemand onderwerping van geest en wil aan de paus weigert, of aan sommige van de andere wetten van het pausdom, dan zegt Canon 1371, & 1 het volgende: “De volgenden moeten bestraft worden met een correcte straf: 1° Een persoon die … een doctrine leert die veroordeeld is door de Roomse Pontifex, of door een Oecumenisch Concilie, …”. Canon 1312, & 2 geeft specifieke straffen die moeten uitgevoerd worden: “De wet kan andere boetende straffen bepalen die een lid van Christus’ gelovigen kunnen beroven van sommige geestelijke of tijdelijke voordelen, die consistent zijn met het bovennatuurlijke doel van de Kerk”.

Deze wraakzuchtige wetten zijn in strijd met het herhaalde Schriftuurlijke gebod om niet heerszuchtig te zijn zoals de heersers van deze wereld. Vanaf de creatie van het pausdom, in de zesde eeuw, is haar hart er een geweest van wet en dwingelandij. Genade en Evangelie werden vervangen door decreten en dwang. Een uiterlijke vernislaag van christelijkheid werd altijd opgehouden maar deze ritualistische religie heeft altijd de ware godsvrucht onderdrukt en vervolgd. De geschiedenis van het pausdom toont aan dat het onmiskenbaar een machtsstructuur is die gebouwd is op valsheid, sluwheid, onderdrukking, een vals evangelie, kerkwet, wereldlijke macht, en concordaten. Niettemin is het pausdom in het grootste deel van haar geschiedenis erin geslaagd miljoenen te misleiden. Het hedendaagse katholicisme blijft erop staan dat zijn pauselijk ambt uit God is, en de wereld buigt zich grotendeels neer voor haar heiligdom, haar ‘Christus’: de Pontifex zelf.


Eindnoten

[1] Matthew 23:8.
[2] See J. A. Wylie, The History of Protestantism, originally published in 1878 (Kilkeel, N. Ireland: Mourne MissionaryTrust, 1985) Vol. I, Book I, pp. 3-14. See also J. H. Merle D’Aubigne, History of the Reformation in the Sixteenth Century, A New Translation (New York: John B. Alden, Publisher, 1883) Book I, pp.1-34.
[3] D’Aubigne, Book I, p. 81.
[4] Quoted from copy Matthew 23:8 of the document in Pope Leo’s letter in Hardouin’s Collection, Epistola I., LeonisPapoe IX; Acta Conciliorumet Epistoloe Decretales, tom. 6, pp. 934; Parisiis, 1714. The English reader will find a copy of the pretended original document in full in Historical Essay on the Power of the Popes, Vol. II, Appendix, Tr. from French, London, 1838
[5] Wylie, Vol. I, p. 29-30. See also Roman Catholic historian Ignaz Von Dollinger, The Pope and the Council, Auth.Tr. from German, 2nd ed. (London: Rivingtons, 1869) Sect. 7 “Forgeries”, pp. 94-142.
[6] Peter De Rosa, Vicars of Christ: The Dark Side of the Papacy (New York, NY: Crown Publishers, Inc., 1988) p. 4756.
[7] De Rosa, p. 175.
[8] William Shaw Kerr, A Handbook on the Papacy (London: Marshall, Morgan & Scott Ltd., 1950) p. 239. [9] Revelation 17:6.
[10] Daniel 7:21.
[11] Revelation 13:7.
[12] For fuller documentation of this see John W. Robbins, Ecclesiastical Megalomania: The Economic and PoliticalThought of the Roman Catholic Church (Unicoi, TN 37692-0068: The Trinity Foundation,1999) ISBN: 0-940931-52-4.
[13] “Edward King, insightful in 1800 wrote about this defeat as the mortal wound or end of Pontifical Power, “THISIS THE YEAR 1798.-And just 1260 years ago, in the very beginning of the year 538, Belisarius put an ed to the Empire, and Dominion of the Goths, at Rome.He had entered the City on the 10th of the preceding December, in triumph, in the name of Justinian, Emperor of the East: and had soon after made it tributary to him: leaving thenceforward from A.D. 538 NO POWER in Rome, that could be said to rule over the earth, excepting the ECCLESIASTICAL PONTIFICAL POWER.” Remarks on the Signs of the Times (Philadelphia ed., 1800) pp. 18-19 in LeRoy Edwin Froom, The Prophetic Faith of Our Fathers (Washington, DC: Review and Herald, 1950) Vol. II, p. 767.
[14] RC writer John Cornwell states, “At the turn of the century [1900], Pacelli [later Pope Pius XII].collaborated inredrafting the Church’s laws in such a way as to grant future popes unchallenged domination from the Roman center. These laws, separated from their ancient historical and social background, were packaged in a manual known as the Code of Canon Law, published and brought into force in 1917. The code, distributed to Catholic clergy throughout the world, created the means of establishing, imposing, and sustaining a remarkable new ‘top-down’ power relationship. As papal nuncio in Munich and Berlin during the 1920s, Pacelli sought to impose the new code, state by state, on Germany..” Hitler’s Pope: The Secret History of Pius XII (New York, 10014: Viking, 1999) p. 6.
[15] Cornwell, p. 7 “In 1933 Pacelli found a successful negotiating partner for his Reich Concordat in the person ofAdolf Hitler. Their treaty authorized the papacy to impose the new Church law on German Catholics and granted generous privileges to Catholic schools and the clergy. In exchange, the Catholic Church in Germany, its parliamentary political party, and its many hundreds of associations and newspapers ‘voluntarily’ withdrew, following Pacelli’s initiative, from social and political action. The abdication of German political Catholicism in 1933, negotiated and imposed from the Vatican by Pacelli with the agreement of Pope Pius XI, ensured that Nazism could rise unopposed by the most powerful Catholic community in the world.”
[16] See RC author Cornwell and Presbyterian author Robbins.
[17] No. 56, Nostra Aetate, 28 October 1965, Austin P. Flannery , Ed., Vatican Council II: The Conciliar and Post Conciliar Documents (Grand Rapids, MI: Wm. B Eerdmans Publ. Co., 1975, 1984).
[18] Flannery, No. 42, “Reflections and Suggestions Concerning Ecumenical Dialogue”, S.P.U.C., 15 August 1975, p.549.
[19] Flannery, No. 42, pp. 540-1. Bolding in any quotation indicates emphasis added in this paper. [20] Flannery, No. 42, p.545.
[21] Flannery, No. 42, p. 541.
[22] For more details see our article on Vatican Prepares to Control Through Civil Law.
[23] Code of Canon Law Latin-English ed. (Washington DC: Canon Law Society of America, 1983) Canon 1311. Allcanons are taken from this source.