Katholieke Sacramenten: meedogenloze handel in menselijke zielen

  • Home
  •  / 
  • Artikels
  •  / 
  • Katholieke Sacramenten: meedogenloze handel in menselijke zielen

Door Richard Bennett (ex-priester) en Stuart Quint

Voor een algemeen publiek in Rome, 2013, verklaarde paus Franciscus:

“Eerst en vooral, de gemeenschappelijkheid van de Sacramenten. De Sacramenten drukken uit, en realiseren, een effectieve en diepe gemeenschap onder ons, want in deze ontmoeten we Christus de Verlosser en, door hem, onze broeders en zusters in geloof. De Sacramenten zijn niet louter verschijnselen, ze zijn geen rituelen; ze zijn de kracht van Christus; Jezus Christus is aanwezig in de Sacramenten. Wanneer we de Eucharistie vieren, is dit de levende Jezus die ons samenbrengt, ons vormt in een gemeenschap, ons toelaat de Vader te aanbidden. Elkeen van ons wordt in feite door Doop, Vormsel en de Eucharistie, geïncorporeerd in Christus en verenigd tot de hele gemeenschap van gelovigen. Daarom, van de ene kant is het de Kerk die de Sacramenten ‘maakt’, maar van de andere kant zijn het de Sacramenten die de Kerk ‘maken’, en haar opbouwen, door het genereren van nieuwe kinderen, door hen te verzamelen tot het hele volk van God, door het versterken van hun lidmaatschap”.i

Merk de onbeschaamde claim op van de paus: “De Sacramenten drukken uit, en realiseren, een effectieve en diepe gemeenschap onder ons”.

De waarheid is dat “effectieve en diepe gemeenschap” enkel komt door Jezus Christus alleen. Gemeenschap met Christus komt niet door enig ritueel of Sacrament! De Schrift zegt: “Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”.ii Ware gelovigen geloven in Jezus Christus alleen, “de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid”.iii Van ware gelovigen wordt gezegd: “uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade”.iv Zo’n volheid van genade komt van Jezus Christus alleen, niet van enige Kerk of enige mechanische ceremonie van enige Kerk!

Rome’s sacramentele monopolie op ’s mensen zielen gehandhaafd door paus Franciscus

Paus Franciscus echoot de officiële Katholieke leer betreffende de Sacramenten in de “Katechismus van de Katholieke Kerk” en het “Wetboek van Kerkelijk Recht”.v

“De kerk verklaart dat de sacramenten van het Nieuwe Verbond heilsnoodzakelijk zijn voor de gelovigen. De ‘sacramentele genade’ is de genade van de heilige Geest, geschonken door Christus en eigen aan elk sacrament.vi [Originele schuine letters].

Vergis u niet: Rome leert dat sacramenten “heilsnoodzakelijk” zijn. Franciscus continueert Rome’s historische dogma: Wie niet deelneemt aan Rome’s sacramenten, in een katholieke kerk, is voor altijd verdoemd!

Officiële Katholieke leer: wedergeboorte door de doop
Rome leert de doop als “het fundament van heel het christelijke leven” en “de deur die toegang verleent tot de andere sacramenten”:

“Het heilig doopsel is het fundament van heel het christelijk leven, de toegangspoort tot het leven in de Geest (vitae spiritualis ianua) en de deur die toegang verleent tot de andere sacramenten”.vii

“Door het doopsel worden alle zonden vergeven, de erfzonde en alle persoonlijke zonden, evenals alle zondestraffen”.viii [Originele schuine letters].

Rome verdraait de leer van Gods bevel om te geloven en gedoopt te worden

Wat beveelt Christus een persoon te doen om in Hem redding te vinden? “Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden”.ix

Merk het sterke contrast op tussen Christus’ leer en de Rooms-katholieke leer. Christus beveelt ons in de eerste plaats te “geloven”, onze hoop en vertrouwen te leggen op Christus’ zelfopofferende dood aan het kruis, door Gods genade alleen als onze enige hoop voor redding.

De hoofdzonde die een persoon verdoemt is een gebrek aan geloof in Christus. Het bewijs hiervoor wordt gevonden in de tweede helft van het vers. Het is NIET “hij die niet gedoopt zal zijn zal verdoemd worden”, maar wel “wie niet geloofd zal hebben”.

Zelfs als een persoon gedoopt zou zijn, maar niet gelooft, zal hij verloren gaan. Wij zondaars verdienen de toorn van God, niet louter wegens onze zondenatuur, maar wegens onze eigen persoonlijke zonde. Niets kan de gerechtigheid van God tot bedaren brengen behalve wanneer we vertrouwen stellen in het eens volgebrachte offer van Christus om onze zonden weg te wassen. “Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen”.x

Rome verheft haar Sacramenten boven Christus’ Evangelie

De sacramentele ‘krachtige beloften’ van de Rooms-katholieke kerk bedriegen mensen en geven een vals gevoel van zekerheid. Ze spotten ook met de heiligheid en de genade van onze God.

Het is duidelijk dat de officiële leer van het Vaticaan over de doop een vals namaaksel is dat de plaats inneemt van echt reddend geloof. Geloven in Christus is leven en redding. Geloof in Christus’ verzoening is noodzakelijk voor redding. Christus leerde: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”.xi

De doop, alhoewel belangrijk, infuseert geen redding. De Heer heeft de doop bevolen.xii Het getuigt van reddend geloof en het is een openbare declaratie van het voleindigde werk van Christus, toegepast op een individuele ziel.

De spanning tussen Bijbelse vergeving en Rooms-katholieke biecht

God vergeeft de zonden van mensen die zich bekeren en geloven in de Heer Jezus Christus. De apostel Paulus schreef: “Laat het u dan bekend zijn, mannenbroeders, dat door Hem aan u vergeving van de zonden verkondigd wordt”.xiii

Wanneer iemand rust op het volbrachte werk van de Heer Jezus Christus, dan garandeert God absolute vergeving en rekent Hij hem Zijn gerechtigheid toe: “In Hem hebben wij de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade”.xiv Dus is het Evangelie de kracht van God tot redding, zoals de apostel Paulus verkondigde. Wanneer een gelovige zondigt, dan belijdt hij zijn of haar zonde direct aan God, Die alleen kan vergeven. “Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”.xv

In het sacrament van de biecht, leert de Rooms-katholieke kerk een methode voor vergiffenis van zonden die tegengesteld is aan Gods Woord:

“Hij die zich met God en de kerk wil verzoenen, moet ten overstaan van een priester alle zonden belijden die hij nog niet beleden heeft en waarvan hij zich na een zorgvuldig gewetensonderzoek bewust is”.xvi

De katholieke priester verleent “absolutie”, of vergiffenis, met deze woorden: “Ik absolveer u van uw zonden in de naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest”. Met andere woorden: de priester neem de plaats in van God in het verlenen van vergiffenis!

Rome verdraait Christus’ leer door een ongegronde praktijk van absolutie door een priester:

“Op paasavond verscheen Jezus aan zijn apostelen en zei tot hen: ‘Ontvangt de heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven’ (Joh. 20: 22-23)”.xvii

Een Bijbels antwoord op de dwaling van de katholieke biecht

Een studie van de woorden van Johannes 20:23, “Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze hem toerekent, blijven ze hem toegerekend”, toont aan dat Jezus vergeving definieert zoals verkondigd doorheen het Evangelie.

Hier verklaarde de Heer het Evangelie in enkele woorden. De Heer gaf gezag aan Zijn discipelen om vergeving te declareren (bevestigen) aan hen die God reeds had vergeven, maar anderen te weerhouden. De boodschap gegeven in deze passage loopt parallel met gelijkaardige passages zoals Lukas 24:47; Mattheüs 28:18-20 en Markus 16:15-16. Dit is de wijze waarop de apostelen de Grote Boodschap verstonden en gehoorzaamden, zoals bewezen doorheen de Handelingen van de apostelen.

Christus Jezus stelde geen “biechtvaders” aan om te peilen naar elke zonde in mensen hun leven. Hij benoemde predikers van het Evangelie. Christus wil dat mensen gehoor geven aan de boodschap van predikers. De Heilige Geest bezegelt de harten van gelovigen met de genade van de verzoening die verkregen werd door Christus alleen.

De Schrift leert dat God zonden vergeeft op grond van de verkondiging van het Evangelie, niet door het fluisteren van zonden in het oor van een “biechtvader” in een biechtstoel!

De Mis verwerpt Christus’ volmaakte en eenmalige offerande!

De Roomse kerk portretteert de stervende Christus als ‘het heilig offer’ in hun eucharistie. Het centrum van hun aanbidding is het ritueel van de mis. Alle katholieken moeten die bijwonen. De Rooms-katholieke kerk dramatiseert haar bewering: “Het offer van Christus vormt met het offer van de eucharistie één enkel offer”:

“Het offer van Christus vormt met het offer van de eucharistie één enkel offer:De offergave is een en dezelfde: door het priesterlijk dienstwerk offert nu dezelfde die eertijds aan het kruis zichzelf ten offer opdroeg; alleen de wijze van offeren is verschillend’: ‘In dit goddelijk offer dat tijdens de mis voltrokken wordt, is dezelfde Christus, die zichzelf eenmaal op het altaar van het kruis op bloedige wijze offerde, aanwezig en wordt Hij op onbloedige wijze geofferd’”.xviii [Originele schuine letters].

Doorheen de mis staat de eucharistie centraal in het katholicisme. Bijbelgelovigen horen een echt medeleven te voelen voor katholieken welke deze demonische doctrine aangeleerd worden. Ernaar streven God te believen met een voortgaande offerande ontkent de facto de algenoegzaamheid van Christus’ eenmalige offer aan het kruis!

De Heer Jezus Christus is de enige offerandebrengende Priester voor redding van het Nieuwe Testament. Hij volbracht het werk van onze redding door één enkele offerande. De Schrift bevestigt herhaaldelijk deze waarheid. De substantie hiervan wordt gevonden in de uitspraak van de Heer aan het Kruis: “Het is volbracht”.xix De unieke natuur van Christus’ offer bestaat uit dit feit. Het was één offer.

De waarheid van de uitmuntendheid van Christus’ offer wordt onderstreept door het woord “eens”, zoals wanneer de Schrift verklaart: “Want wat Zijn sterven betreft, is Hij voor eens en altijd voor de zonde gestorven, en wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God”xx en “Hij heeft het niet nodig, zoals de hogepriesters, elke dag eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers te brengen en pas daarna voor die van het volk. Want dat heeft Hij voor eens en altijd gedaan, toen Hij Zichzelf offerde”.xxi

De Roomse kerk gaat verder dan een loutere bewering van bezit van Christus’ offer voor haarzelf. Rome leert ook dat in haar “allerheiligste sacrament”, het broodje (hostie), de fysische Christus samen met zijn ziel en zijn godheid aanwezig is:

“In het allerheiligste sacrament van de eucharistie zijn ‘het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus samen met zijn ziel en zijn godheid, en bijgevolg de gehele Christus, waarachtig, werkelijk en wezenlijk tegenwoordig’”.xxii [Originele schuine letters].

Katholieken worden dus geleerd dat in het broodje “de gehele Christus” tegenwoordig is. Rome bedriegt katholieken door te beweren dat Christus “waarachtig, werkelijk en wezenlijk tegenwoordig” is in het brood. Dit is flagrant bedrog en brengt katholieken ertoe zich in te laten met afgoderij met het fysische brood!

Rome beweert ook dat God door het broodje en de wijn een persoon bevrijdt van zonden:

“Zoals het lichamelijk voedsel de verloren krachten herstelt, zo versterkt de eucharistie de liefde die in het dagelijks leven de neiging heeft te verzwakken; deze tot leven gewekte liefde bevrijdt ons van dagelijkse zonden.xxiii [Originele schuine letters].

Rome leert dat de fysieke ‘hostie’ van de ‘eucharistie’ een persoon verenigt met Christus en hem daarbij “bevrijdt van dagelijkse zonden”.

Leringen zoals deze komen onder de eeuwige vloek omdat ze het Evangelie van Christus verderven. Christus’ woorden zijn Geest en leven: “De Geest is het Die levend maakt”.xxiv Zich een orale opname van Christus’ vlees voor te stellen is al erg genoeg, maar Rome zegt:

“Door dezelfde liefde die zij in ons ontsteekt, behoedt de eucharistie ons voor doodzonden in de toekomst”.xxv [Originele schuine letters].

Deze bekoorlijke woorden van heidense filosofische leer zijn gevestigd op de eeuwenoude traditie van uit te kijken naar een fysische substantie om leven te verwerven. Wat de doctrine nog afstotelijker maakt is dat deze leer spot met de gerechtigheid van de Alheilige God: “Slachtoffer en spijsoffer en brandoffers en offers voor de zonde hebt U niet gewild en hebben U niet behaagd, hoewel zij overeenkomstig de wet worden gebracht”.xxvi

Het Avondmaal des Heren als Herdenking, niet de katholieke “Hocus Pocus”xxvii

De herdenking van Christus aan de Tafel van de Heer is de geestelijke gemeenschap (communie) met God en met Zijn volk die gevierd wordt. In het Nieuwe Jeruzalem zal die gemeenschap een “zien zoals Hij is” zijn, rechtstreeks, zoals Johannes schreef: “Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is”.xxviii

Maar nu wordt de realiteit van onze gemeenschap met de Heer gevierd met symbolen – niet rechtstreeks. “Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt”.xxix

De nieuwtestamentische inachtneming is intieme geestelijke gemeenschap met Christus, door het herdenken van het offer van de Heer, niet door het slikken van fysische substanties die nooit bedoeld waren voor het verkrijgen van geestelijke transformatie.

Conclusie: Vertrouw op Christus, niet op Rooms-katholieke sacramenten

Volgens de Bijbel is redding van de gelovige gefundeerd op Christus en Zijn gerechtigheid alleen. Iemands geloof begint en eindigt in de Heer Jezus Christus Zelf en niet met verordeningen die Hij heeft gegeven.

Doop en Avondmaal des Heren wijzen op het volbrachte reddingswerk van de Heer. Echter, deze verordeningen zijn niet de Heer Zelf, noch Zijn macht.

Als iemand gelooft in “de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid”,xxx dan weet hij: “Uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade”.xxxi Enkel God bezit volle genade – ze wordt niet gedelegeerd tot enige kerk of enige ceremonie van een kerk.

De katholieke leer van fysische tekenen die nodig zijn voor redding is een nietswaardige uitwisseling van haar sacramenten voor Hem, de Heer en schenker van leven. Het is een godslasterlijke ontkenning van Hem en Zijn volmaakte en volbrachte offer.

Zeggen, “de ‘sacramentele genade’ is de genade van de heilige Geest” (RKK par. 1129), scheidt iemands ziel van God en levert eeuwige veroordeling op. Het is ook heiligschennis tegen de Alheilige God.

De Schrift verkondigt Gods genade, die bestaat uit Zijn gerechtigheid die direct wordt toegerekend aan de gelovige in Jezus Christus alleen, zonder rituelen of sacramenten. Dit is de rechtvaardiging, die nodig is voor redding in Gods plan en voornemen. Omdat God een Geest is, moet aanbidding van Hem, inbegrepen Zijn twee verordeningen, in geest en waarheid gebeuren: “God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid”.xxxii

Rome’s sacramentele systeem is een uiterst vreselijke zaak, om twee redenen. Ten eerste: “Onze God is een verterend vuur”.xxxiii Ten tweede: katholieke sacramenten handelen illegaal met de zielen van mensen. De heiligheid van God vroeg volmaakte genoegdoening in de Heer Jezus’ volmaakte offer. Het Evangelie waarin het volbrachte werk van de Heer wordt verkondigd, is van die aard dat het niet kan tegengesproken worden zonder vreselijke consequenties.

Zowel Christus’ volmaakte offer als Zijn Evangelie worden manifest en godslasterlijk verloochend in de leer en praktijk van het pauselijke Rome. Zijn Goddelijke Persoon wordt gedenigreerd door Rome’s bedoeling Hem dagelijks opnieuw te offeren.

Door Rome’s rituele onrechtmatige toe-eigening van Christus’ plaats en offer, is zij Zijn grootste tegenstander geworden. De voornaamste vijand van Christus en Zijn Evangelie is niet het materialisme, de begeerte en hoogmoed van mensen, maar geestelijke afvalligheid die zich voorgeeft in Zijn plaats te staan.

Laat onze katholieke lezer het duidelijke gebod horen van Christus in de Schrift: “Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige”.xxxiv

Christus Jezus heeft genadig verklaard: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven”.xxxv Hij kwam om Zijn volk te bevrijden van het juk van woorden, rituelen en religie die nooit Gods heiligheid voldoening kunnen geven of een mens waarlijk vrijmaken van zonde. Het heerlijke vertoon van Christus’ grootheid wordt enkel gezien in deze uitnodiging. Het is de plicht en de nood van vermoeide en zwaarbeladen zondaars om tot Jezus Christus te komen.

Het Evangelie is het antwoord op het essentiële probleem dat we allen kennen: hoe kunnen wij, als onheilige zondaars, recht staan tegenover een Alheilige God? In het eerste hoofdstuk van Romeinen zegt de apostel Paulus: “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek. Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”.xxxvi Enkel Jezus Christus kan op uw probleem een antwoord geven. Geen aards ritueel kan dit.


ii Romeinen 5:2. Alle Schriftplaatsen komen uit de Herziene Statenvertaling, tenzij anders vermeld.

iii Johannes 1:14

iv Johannes 1:16

vi Catechism of the Catholic Church, Para 1129. See http://www.vatican.va/archive/ENG0015/_INDEX.HTM accessed on December 18, 2017. NL-versie: “Katechismus van de Katholieke Kerk”, 1995; alle citaten verder uit de NL-versie.

vii Catechism, Para. 1213.

viii Catechism, Para. 1263.

ix Markus 16:15.

x Efeziërs 2:8-9

xi Johannes 5:24

xii Mattheüs 28:19

xiii Handelingen 13:38

xiv Efeziërs 1:7

xv 1 Johannes 1:9

xvi Catechism, Para. 1493.

xvii Catechism, Para. 1485.

xviii Catechism, Para. 1367

xix Johannes 19:30

xx Romeinen 6:10.

xxi Hebreeën 7:27.

xxii Catechism, Para. 1374.

xxiii Catechism, Para. 1394.

xxiv Johannes 6:63

xxv Catechism, Para. 1395.

xxvi Hebreeën 10:8

xxvii “Hocus Pocus” is onttrokken uit de Latijnse woorden gesproken door de priester tijdens de mis in pre-reformatie tijden: “Hoc est corpus meum.” (“dit is mijn lichaam”).

xxviii 1 Johannes 3:2

xxix Lukas 22:20

xxx Johannes 1:14

xxxi Johannes 1:16

xxxii Johannes 4:24

xxxiii Hebreeën 12:29

xxxiv 2 Korinthiërs 6:17-18

xxxv Mattheüs 11:28

xxxvi Romeinen 1:16-17